Afrikaans onderwijs moet back to the future

Mag je jezelf een Afrika-expert noemen als je al zo’n dertig jaar journalistiek werk verricht in Afrika? Als je de vraag aan Peter Verlinden zelf stelt, zal hij hoogstwaarschijnlijk antwoorden met een twijfelachtig en bescheiden ‘mwooah’. Wij zagen in hem echter een geschikte informatiebron om eens te peilen naar het niveau van het Afrikaanse onderwijs vandaag de dag. Hoe beziet Peter Verlinden de toekomst van de doorsnee Afrikaanse scholier?

Wat is het eerste dat in u opkomt als ik zeg ‘onderwijs in Afrika’?

“Het onderwijs op dat continent kan eerlijk gezegd het beste omschreven worden als een verwaterde kopie van het schoolniveau bij ons in het westen. Je mag dat gerust bestempelen als een van de belangrijkste, negatieve erfenissen van de koloniale tijd. Vooral in Sub-Sahara Afrika, vanaf de Sahel tot aan Zuid-Afrika, hanteert men vrijwel overal dezelfde onderwijsstructuren uit de jaren vijftig die door het toenmalige ‘moederland’ eenvoudigweg overgeplant zijn.

“Hier en daar heeft er nadien een kleine, oppervlakkige verandering plaatsgevonden, zoals het invoeren van het kalenderjaar als het schooljaar, maar inhoudelijk leert men op school nog steeds hetzelfde als zestig jaar geleden.

“Een bijkomstig probleem is dat er in die regio nog bijzonder veel les wordt gegeven in het Engels of in het Frans, wat voor de lokale bevolkingen vaak derde talen zijn. Vergeet niet dat een land als Congo maar liefst vier nationaal erkende talen heeft (het Lingala, het Swahili, het Tsjiluba en het Kikongo), maar dat Frans nog steeds de officiële voertaal is. Dat zegt iets over de lokale en de mondiale houding ten opzichte van het land, ondanks de oproep in het Westen tot dekolonisatie.

“De aandacht voor het thema is zo goed als onbestaande en het vrijgemaakte budget lachwekkend klein.”

“Een taal leren is tenslotte een cultuur leren. Traditionele liederen, gebeden of verhalen kunnen nooit met al hun inherente nuances en subtiliteiten intact vertaald worden naar het Frans of het Engels. De moedertaal die je aanleert is altijd in hoge mate verbonden met de omgeving waarin je opgroeit. Denk aan de Inuït die zo’n twintig verschillende woorden hebben voor sneeuw, of Belgen en Nederlanders die heel veel woordschakeringen voor regen gebruiken.

“Het is daarom van belang dat lagereschoolkinderen veelvuldig met hun lokale moedertaal in contact komen en een grote voeling krijgen met de andere landstalen alvorens ze verder gaan met Engels en Frans. Als dit niet gebeurt, kun je je afvragen hoeveel aandacht er nog overblijft voor de cultuur en tradities van het land in kwestie.”

VERLINDEN 4 w

De Milleniumdoelstelling dat in 2015 alle kinderen wereldwijd toegang moesten hebben tot lager onderwijs is niet gehaald. Afrika is daarin geen uitzondering. Hoe komt dat volgens u?

“Dan denk ik als eerste aan alle langlopende conflicten op het continent die het onderwijs een stok in de wielen steken. Voorbeelden daarvan zijn de oorlog in Ivoorkust tussen 2010 en 2011, de afscheiding van (en burgeroorlog in) Zuid-Soedan, de wandaden van Al-Shabaab en de Ebola-crisis in West-Afrika. Opvallend genoeg is er administratief geen probleem, want op papier groeit de economie in Afrika.

Hoewel bijvoorbeeld in de Democratische Republiek Congo zo’n 92% van de scholen geen elektriciteit heeft.

“Dat klopt, maar dat vind ik dan weer zo’n westerse manier van denken. Op zich is het hebben van elektriciteit niet het meest essentiële voor goed onderwijs. Nog minder moeten digitale middelen worden benadrukt. In Rwanda heb je bijvoorbeeld al jarenlang de ‘one dollar laptop’ politiek, die gezinnen ertoe in staat stelt om voor één dollar een laptop aan te schaffen voor hun schoolgaande kinderen, maar tegelijkertijd komen er soms scholieren uit het zesde jaar lagere school die niet eens fatsoenlijk hun naam kunnen schrijven. Je prioriteiten moeten wel juist liggen.

“Mijn indruk is dat in de DRC vooral de kloof tussen stad en platteland de laatste jaren economisch gezien enorm is vergroot. Stedelijke scholen, die veelal het meest profiteren van de stijgende conjunctuur, beschikken over kwalitatief materiaal, terwijl plattelandsscholen vaak worstelen om schoolboeken, potloden of zelfs maar een bruikbaar schoolbord te kunnen voorzien.

“Er zijn op het platteland geen inkomsten uit de mijnbouw, industrie of andere typisch stedelijke economische activiteiten. De infrastructuur, zoals wegen en schoolgebouwen, is vaak ook niet om over naar huis te schrijven. Tel daar nog eens bij dat momenteel zo’n 4,5 miljoen mensen in Congo op de vlucht zijn. Zou dat misschien te maken hebben met de lage scholarisatiegraad?”

20080424 - MASISI, DRC CONGO: VRT journalist Peter Verlinden interviews a red cross helper during a session in which Abbe Malu Malu explains the findings of January 2008's 'Goma Conference', during the visit of Foreign Minister Karel De Gucht, at the village Masisi in North Kivu province, Thursday 24 April 2008. Foreign Minister Karel De Gucht is on a one week official visit to DRC Congo.
BELGA PHOTO BENOIT DOPPAGNE

Hechten leiders zoals Kagame in Rwanda en Kabilah (en nu Tshisekedi) in de DRC veel belang aan onderwijs?

“In het geval van Congo kan ik mij niets voor de geest halen waarmee het bewind gedemonstreerd heeft dat ze onderwijs beleidsmatig belangrijk vindt en vooruit wil laten gaan. De aandacht voor het thema is zo goed als onbestaande en het vrijgemaakte budget lachwekkend klein. Scholen moeten vooral zichzelf beredderen, leerkrachten worden niet of nauwelijks betaald en ouders moeten schoolgeld betalen dat ze zich bijna niet kunnen veroorloven. Onderwijs heeft geen prioriteit.”

Hoe komt dat? Is dat een culturele invloed?

“Absoluut niet! Lokale volkeren bewegen hemel en aarde om hun kinderen naar school te krijgen. Dat gaat van een oudere vrouw die haar huisje omtovert tot een buurtschooltje waar scholieren gratis naartoe kunnen tot mensen die zich krom werken voor het schoolgeld van hun kinderen. Het probleem ligt hoofdzakelijk bij een gebrek aan politieke wil.

“Inzetten op onderwijs is voor iemand als Kagame in Rwanda veel minder van belang dan voor zijn Hutu-voorganger Habyarimana. Waarom? Omdat de meerderheid van de bevolking in Rwanda etnisch Hutu is. Subsidies vrijmaken voor scholen was voor Habyarimana meer een politieke buffer, om andere Hutu’s achter zich te scharen, dan een principiële bijdrage aan de maatschappij.

“Kagame stuurt zijn eigen kinderen naar elitescholen in Europa. Zo krijg je dus situaties waarbij het voor kinderen wel verplicht is om naar school te gaan, maar ze er niets van opsteken omdat hun ouders geen geld hebben voor schoolboeken en materiaal. Dan heb je wel een hoge scholarisatiegraad van 95 procent in Rwanda, maar op zich betekent dat weinig.”

“Globalisering heeft talloze voordelen, maar we moeten dringend afstappen van het idee dat onze manier van lesgeven in Europa perfect te kopiëren is naar Afrika.”

Wat moet er dan eigenlijk gebeuren om het niveau op te krikken van het onderwijs?

“Eén woord: dialoog. In de drie decennia dat ik nu al in Afrika kom heb ik talloze initiatieven ter verbetering van het onderwijs zien komen en gaan vanuit de Westerse wereld. Schoolgebouwen die worden neergezet, leerboeken die worden aangeboden en leerkrachten die specifieke opleidingen krijgen zijn slechts enkele voorbeelden. Maar wat ik nog nooit echt heb gezien is dat Westerse overheden actief ‘back to the future’ gaan met Afrikaanse leiders en met hen in discussie treden om te vragen wat zij nu eigenlijk belangrijk zouden vinden in hun onderwijssysteem.

“Daarjuist vermeldde ik de ‘one dollar laptop’ politiek in Rwanda. Wat zou er belangrijker zijn voor een Rwandees kind op de boerenbuiten: leren hoe je op een computer werkt of leren welke landbouwmogelijkheden er bestaan in de Afrikaanse brousse, hoe ze meststoffen kunnen maken van bladeren of waar ze geneeskrachtige kruiden kunnen vinden?

VERLINDEN 2 w

“Globalisering heeft talloze voordelen, maar we moeten dringend afstappen van het idee dat onze manier van lesgeven in Europa perfect te kopiëren is naar Afrika. Pas als we ons eens echt gaan afvragen wat ‘locals’ hun kinderen willen aanleren en welke lesmethoden het beste functioneren in onder andere Congo, Rwanda en Burundi, kunnen we evolueren naar een werkelijk symbiotische samenwerking tussen onze continenten. Jammer genoeg moet ik dat, zelfs na dertig jaar, nog zien gebeuren.”

Dit artikel is een langere versie van het stuk dat verscheen in themanummer ‘Recht op Onderwijs!’ van ons MERCIE-magazine dat in april 2019 verscheen. Lees zeker ook onze andere artikels omtrent onderwijs en hoe WMH daarin haar duurzame steentje bijdraagt!

Geen reacties

Geef een reactie