Met handen en voeten lesgeven

Haar hele academische carrière heeft Dr. Goedele De Clerck gewijd aan onderzoek naar de leerprocessen van doven en slechthorenden. Ze is een idealiste en begrijpt vanwege haar eigen ervaring als slechthorend persoon maar al te goed welke struikelblokken dove kinderen tijdens hun opvoeding tegenkomen. Haar recentste project, een lees- en leerboekje op maat van slechthorende scholieren, bracht haar helemaal naar Oeganda. Wat drijft Goedele om de grenzen van haar professionele leven zo ver te verleggen?

Haar academische palmares toont mooi aan hoe je van een beperking je expertise kunt maken. Dovenonderwijs heeft Goedele, vanuit haar eigen jeugd en opvoeding, altijd geboeid en tijdens haar hogere studies is ze er onophoudelijk mee bezig geweest.

“Mijn thesis ging over leesontwikkeling bij dove kinderen in bilinguaal-bicultureel onderwijs. Daarna heb ik een proefschrift geschreven over empowerment van dove rolmodellen en heb ik gewerkt rond de emancipatie, de ontplooiing en het welbevinden van dove burgers. Tenslotte houd ik me nog bezig met de duurzame ontwikkeling van dovenonderwijs in landen zoals Oeganda. Dan weet je wel ongeveer hoe mijn dagelijks leven eruit ziet.”

Anna goes to school 4 - Leraren krijgen les in gebarentaal w

In Vlaanderen en België is het onderwijs voor slechthorenden er de laatste decennia sterk op vooruit gegaan. De crux van deze vooruitgang zit hem in een aantal sleutelfactoren, zoals de beschikbaarheid van gespecialiseerd lesmateriaal, de toegankelijkheid van leerkrachten die multilinguaal les kunnen geven in gebarentaal en, niet onbelangrijk, de wijdverspreide kennis onder ouders dat er wel degelijk opties zijn voor hun slechthorende kinderen.

Deze elementaire factoren zijn niet overal ter wereld even voor de hand liggend en een helpende hand vanuit landen met meer kennis en expertise aangaande dovenonderwijs is daarom meer dan welkom.

“Voor de identiteitsontwikkeling van dove kinderen in Oeganda vind ik het belangrijk dat ze de kans krijgen om zich in te leven in een doof hoofdpersonage.”

“Daarom heb ik besloten om ‘Anna goes to school’ te schrijven. Het boekje gaat, zoals de titel al verraadt, over een jong meisje dat haar eerste stappen in het schoolleven zet. Gaandeweg komen er allerlei uitdagingen op haar pad die ze het hoofd moet bieden en lezen de kinderen over Anna’s lotgevallen en ervaringen die voor hen uiteraard vaak erg herkenbaar zijn. Tegelijkertijd lezen en leren ze over de Oegandese gebarentaal, aangezien het boekje oefeningen bevat die ze kunnen uitvoeren.

“Het boekje omvat dus meerdere lagen. Aan de ene kant leren de kinderen de Oegandese gebarentaal, maar er is ook een persoonlijkheidsaspect aan verbonden. Voor de identiteitsontwikkeling en algemene ontplooiing van dove kinderen in Oeganda vind ik het belangrijk dat ze de kans krijgen om zich in te leven in een doof hoofdpersonage, dat ze in contact komen met verschillende dove rolmodellen en met andere dove kinderen, en dat ze hierover in interactie kunnen gaan met leerkrachten, maar ook met hun ouders en familieleden.”

Anna goes to school 2 - Leraar geeft les in gebarentaal w

Onontgonnen rijkdom

Het was geen toeval dat Goedele koos voor Oeganda. Op een internationaal congres ontmoette ze Dr. Sam Lutalo-Kiingi, die enkele jaren geleden promoveerde op een doctoraat rond Oegandese gebarentaal. Door zijn werk is hij al jaren zeer nauw betrokken bij de Oegandese dovengemeenschap en het onderwijs. Dat was het begin van een uitwisseling en samenwerking die nog steeds loopt. Dr. Lutalo-Kiingi is iemand die, volgens Goedele, op het terrein echt het verschil maakt.

“Tussen 2012 en 2015 deed ik een postdoctoraal onderzoek bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen waarvoor ik, samen met Sam, heb getracht om de ontwikkelingssamenwerking met de Oegandese dovengemeenschap in kaart te brengen. Daarbij viel ons de grote nood aan ondersteuning voor het onderwijs op.

“Ondanks internationale samenwerking met onder meer Denemarken, waardoor duurzame programma’s voor het aanleren van Oegandese gebarentaal aan leerkrachten zijn opgezet, vroegen die leerkrachten nog steeds om hulp. Meer bepaald zochten ze meer mogelijkheden voor bijscholing en, opvallend genoeg, voor morele steun in hun opdracht.

“Het grootste obstakel is namelijk dat er nog steeds zeer veel dove kinderen zijn die niet naar school gaan omdat hun ouders daar geen geld voor hebben, omdat er geen dovenscholen in de regio zijn of omdat mensen geen informatie hebben rond onderwijsmogelijkheden voor dove kinderen. Dat is de voornaamste reden dat we met ons project niet enkel inzetten op specifiek lesmateriaal en het opleiden van de leerkrachten, maar ook op de sensibilisering van de ouders. Je kunt dus wel lesgeven zoveel je wilt, maar als kinderen niet naar school komen, lijdt de motivatie van de lesgevers daar sterk onder.

“‘Het is cruciaal dat dove kinderen toegang krijgen tot een volwaardig gebarentaalaanbod, anders lopen ze onherroepelijk leerachterstand op.”

“Er bestaat een onwaarschijnlijk rijke diversiteit aan gebarentalen op het continent. Voor een goede verwerving van een eerste taal, een belangrijke factor voor onderwijssucces, is het cruciaal dat dove kinderen toegang krijgen tot een volwaardig gebarentaalaanbod. Anders lopen ze onherroepelijk een leerachterstand op.

“Meestal komen de kinderen pas in contact met de Oegandese gebarentaal als ze naar de dovenschool gaan. Het is dus zaak om hen daar zo snel mogelijk te krijgen en dat lukt je niet als de ouders niet voldoende op de hoogte zijn.”

Anna goes to school 1 - Leerling leest het boekje w

Een nederig begin

Momenteel, ongeveer een jaar na de lancering, wordt ‘Anna goes to school’ slechts op een handvol scholen gebruikt en is het project dus nog van kleinschalige aard. De middelen om digitale tools te ontwikkelen en in te zetten zijn er nog niet. Maar diezelfde kleinschalige aard laat Goedele en Sam wel toe om het project nauwgezet op te volgen en te helpen groeien.

Vanzelfsprekend wordt er daarbij zo duurzaam mogelijk gewerkt. Het boekje wordt volledig ter plekke geproduceerd door Oegandese collega’s, in samenwerking met lokale scholen en de Oegandese overheid. Vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zou het, aldus Goedele, ideaal zijn als het project op termijn zelfbedruipend kan worden. Maar er is nog ruimte voor verbetering.

“Ik ben iemand die altijd kijkt naar de mogelijkheden en naar wat we kunnen doen om een toekomstperspectief te genereren. Gebarentaalgebruikers putten veel energie uit dit soort initiatieven en ik zet mijn werk dan ook met veel plezier verder.”

Dit artikel is een langere versie van het stuk dat verscheen in themanummer ‘Recht op Onderwijs!’ van ons MERCIE-magazine dat in april 2019 verscheen. Lees zeker ook onze andere artikels omtrent onderwijs en hoe WMH daarin haar duurzame steentje bijdraagt!

Geen reacties

Geef een reactie