Thuis als Belg in Ethiopië, deel 2

Dit artikel is een aanvulling op het interview met Johan Vandenbossche in onze MERCIE ‘Tijdloze Tradities’. In Ethiopië richtte hij Let Us Change op, een organisatie waarmee hij zich ontfermt over straatkinderen. Hoe hij op dat idee kwam en uitwerkte, lees je hieronder.

Johan Vandenbossche had net zijn studies journalistiek afgerond toen hij besloot om zijn leven over een andere boeg te gooien. “Na mijn studie belandde ik in een zwart gat. Ik zocht daarom een doel in mijn leven en vond het in Afrika. Grappig genoeg volgden het idee én de beslissing om ernaartoe te gaan in minder dan tien minuten op elkaar.”

“Ik zocht een land dat niet te toeristisch was, niet te veel woestijn had en niet te gevaarlijk was. Na een korte zoektocht kwam ik terecht bij een land waar ik bijna niets over wist, maar dat wel aan mijn voorwaarden voldeed: Ethiopië. Mijn ouders waren aanvankelijk niet echt overtuigd, maar hun enthousiasme groeide toen ze hoorden wat mijn idee was. Sindsdien hebben ze me altijd gesteund. Voor ik het wist, op de dag dat Obama ingezworen werd als president van de Verenigde Staten, kwam ik aan in Addis Abeba.”

Change of Plans

In eerste instantie wilde Johan een Chiro oprichten in de hoofdstad. Hij had ervaring als leider en had het gevoel dat het concept, in de vorm van ontwikkelingshulp, in Ethiopië veel zou kunnen betekenen. “Maar toen ik aankwam besefte ik al snel dat er geen behoefte was aan een ‘zondagse opvang’ voor kinderen. Veel mensen leven op straat en er is geen probleem van kinderen die te veel binnen zitten. De noden van de Ethiopiërs liggen elders.”

“Op een week tijd had ik mijn plannen herdacht en vertrok ik uit de hoofdstad richting de stad Hawassa. Daar ging ik lesgeven aan 25 kinderen in een plaatselijk schooltje.” In die school ontmoette Johan een vrouw die zich het leed van de straatkinderen in Hawassa sterk aantrok, genaamd Aynalem. Zij hielp hem bij zijn werk als leerkracht (de meeste kinderen spraken geen Engels) en binnen de kortste keren werden ze goede vrienden.

“Op een dag waren we samen aan het lunchen en zagen we een van de straatkinderen voorbijkomen. Aynalem riep het kind bij zich en nodigde hem uit om mee te eten. Toen hij ons tijdens het eten vertelde dat hij als oudste zoon van zijn gezin het meeste geld binnenhaalde door te bedelen, vroegen we ons af of we hem niet konden helpen.

“Aynalem besloot zijn moeder te vragen of zij haar zoon niet wilde afstaan ter adoptie. Financieel zouden wij voor hem zorgen, hij zou naar school kunnen gaan en het contact met de rest van het gezin zou er niet onder lijden. Geloof het of niet, maar nog diezelfde dag had Aynalem (en ik eigenlijk ook) er een zoon bij.”

Alle begin is moeilijk

“Vanaf dat moment ging het eigenlijk snel. Een paar weken na de adoptie vroeg de jongen ons of we zijn vriendjes, die op straat leefden, ook niet konden helpen. Hierdoor begon het idee van een opvangtehuis voor straatkinderen vorm te krijgen. Ik keerde kortstondig terug naar België om lezingen te houden over mijn ervaringen en geld in te zamelen. Toen ik weer terug was in Hawassa, had ik bijna 3000 euro om mijn plan verder mee uit te bouwen.

“Inmiddels hadden zich een vijftigtal mensen bij ons gemeld en het groepje kinderen dat we hielpen, telde nu twaalf spruiten. Het gerucht van ons initiatief was zich beginnen te verspreiden, en Aynalem en ik beseften dat er meer nodig was om voor al deze kinderen te zorgen. Toen besloten we om met de verzamelde fondsen een opvanghuis voor hen te gaan inrichten.

“We hadden hiervoor hulp nodig en, tot onze grote blijdschap, werd de goodwill van de lokale bewoners snel zichtbaar. De lokale bierhandelaar hielp ons met het transport van meubels en een poetsvrouw uit het hotel waar ik verbleef, hielp bij het verzamelen van genoeg eten voor alle kinderen. De mensen die op straat voorbijliepen, waren maar al te bereid om hun handen uit de mouwen te steken voor de inrichting en organisatie als we daarom vroegen.

Een jongen begon zelfs te huilen toen hij op een matras moest slapen,
want dat kende hij niet

 

“De kinderen zelf vonden het wel wat bevreemdend. Plotseling boden wij hen een stabiel leven aan met enorme voordelen, maar vroegen we hen ook om de nodige discipline. Ze vochten veel met elkaar (op straat moest je tenslotte overleven), snapten niet dat ze naar bed moesten wanneer wij hen dat zeiden en een jongen begon zelfs te huilen toen hij op een matras moest slapen. Dat kende hij niet. De eerste nacht heeft hij dan toch maar op de grond gelegen. Alle begin is moeilijk, zo blijkt. Zelfs het begin van een nieuw en beter leven.”

Thuis bij Let Us Change

“Vandaag, tien jaar later, vangen we zo’n negentig straatkinderen op. Dat doen we nog steeds met evenveel plezier en toewijding als toen we eraan begonnen. Het is daarom niet gemakkelijker geworden. Kinderen komen hier aan met ziektes, sleuren loodzware trauma’s met zich mee, en weten vaak alleen maar hoe ze moeten overleven als bedelaars. Veel van de meisjes zijn ook nog eens seksueel misbruikt. Maar bij ons vinden ze allemaal een thuis.

Bij ons vinden de straatkinderen een thuis

 

“Ze worden deel van een nieuwe familie waarin ze kunnen opgroeien en zichzelf kunnen ontwikkelen. Die ontwikkeling beperkt zich niet enkel tot kinderen. De meeste mensen die wij in dienst hebben, waren zelf ooit bedelaar. We hebben hen geëngageerd, leerden hen de nodige vaardigheden aan en boden hen een uitweg uit de armoede.

“Er is zelfs één vrouw bij ons die, toen ze nog op straat leefde, overwoog om haar kind achter te laten omdat ze er niet voor kon zorgen. Bijna belandde ze hierdoor samen met haar kind in de gevangenis, maar gelukkig boden Aynalem en ik op tijd onze hulp aan. Nu werkt de moeder bij ons en groeit haar kind op tussen de anderen bij Let Us Change.”

Een duurzame toekomst

“WMH heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Let Us Change. Het is met jullie hulp dat we een bakkerij hebben kunnen bouwen, waarmee we onze organisatie van een betrouwbaar, vast inkomen kunnen voorzien. Een aantal mensen werkt nu voltijds aan de productie van gezond en lekker brood, gebakken met ingrediënten uit de omgeving.

“Die bakkerij is een belangrijke inkomstenbron bovenop de weverij die we al sinds het begin hebben en waar we onder meer sjaals en dekens produceren om te verkopen aan een schappelijke prijs. Tezamen vormen deze twee bedrijfjes de duurzame ruggengraat van onze organisatie.

“Maar het meeste hebben we tot hiertoe te danken aan de inwoners en vooral de bedelaars van Hawassa zelf: zij hebben het meest bijgedragen aan Let Us Change. Dankzij hun hulp bieden we de straatkinderen van Hawassa een toekomst op basis van vier pilaren: gezonde voeding, onderwijs, een veilig onderkomen en bovenal bergen liefde.”

Geen reacties

Geef een reactie